Sinds 1989: hoe de Italiaanse koffiecultuur Nederland veroverde

De Italiaanse koffiecultuur vond pas langzaam haar weg naar Nederland. Tot ver in de jaren tachtig was filterkoffie de standaard, terwijl echte Italiaanse espresso voor veel Nederlanders nog iets was dat ze vooral op vakantie ontdekten.

Eind jaren tachtig begon Nederland voorzichtig kennis te maken met een andere manier van koffie drinken.

Niet langer alleen een kop filterkoffie aan de keukentafel, maar de intense smaak van een echte Italiaanse espresso.

Totaan 1989 bestond de Nederlandse koffiecultuur voor de particuliere mens voornamelijk uit filterkoffie.

Bijna ieder huishouden maakte steevast gebruik van een filterapparaat of percolator.

Maar in de meeste Nederlandse huishoudens stond gewoon de standaard koffiezetapparaat op het aanrecht: koffie erin, water erbij, knop om en klaar.

De tot dan vertrouwde filterkoffie kwam van een aantal bekende Nederlandse koffiebranders.

De meeste consumenten maakten weinig onderscheid tussen herkomst, branding of smaakprofielen. “Koffie is koffie” was de algemene gedachte.

Ook in cafés en restaurants werd meestal gewone koffie geschonken uit een filtermachine of grote zetinstallatie.

Een espresso bestellen was uitzonderlijk en vaak alleen buitenlandse restaurants, zoals de Italiaan, de Griek of Portugese gelegenheden, serveerden authentieke espressokoffie.

Veel Nederlanders hadden überhaupt nog nooit een echte Italiaanse espresso geproefd.

Voor velen klonk espresso destijds eerder als een verzendmethode dan als een kop koffie.

Tot ver in de jaren tachtig bleef de pruttelende koffiezetter en klassieke filtermachine de standaard.

Waar kwam de verandering vandaan?

Pas toen steeds meer Nederlanders terugkwamen van bijvoorbeeld vakanties in Italië, ontstond een groeiende vraag naar authentieke espresso, cappuccino en al dan niet professionele espressomachines.

Vakantiegangers kwamen terug uit Italië met verhalen over kleine kopjes en aanzienlijk sterkere koffie dan zij gewend waren en verrassend veel smaak bevatten.

Ze hadden kennis gemaakt met:

* de espresso aan de bar;
* cappuccino in de ochtend;
* de snelheid waarmee een perfecte espresso werd gezet;
* de intense smaak van vers gemalen koffie.

Kortom de algehele Italiaanse koffiecultuur tot dan toe.

Veel mensen kwamen terug met één gedachte:

“Waarom smaakt koffie thuis of in de horeca niet zo?”

Ook was er verbazing over de hele kleine hoeveelheid van de zwarte vloeistof in de Italiaanse kopjes. Natuurlijk was de gemiddelde Nederlander gewend aan een behoorlijke volle ‘bak’.

Zo ontstond langzaam de vraag naar een meer expressieve kop koffie gepaard met een redelijk nieuwe, rijke smaak die nog lang bleef hangen.

Cappuccino was nog vrijwel onbekend. Als het al bestond, werd het vaak gezien als iets exotisch wat je alleen op vakantie dronk.

Latte macchiato bestond in Nederland ook praktisch nog niet en waren úberhaupt verse koffiebonen schaars.

Gemalen koffie uit het pak was de standaard.

Rond 1989 begon de ontwikkeling van de koffiecultuur in Nederland echt in een stroomversnelling te komen.

Precies in die periode, stapten wij de koffiewereld binnen. Niet wetende dat we de volgende 37 jaar duizenden ondernemers, restaurants, cafés, hotels en thuisbarista’s zouden helpen kennismaken met de Italiaanse espressocultuur.

Horeca investeerde toentertijd nog nauwelijks in professionele espressomachines.

Ze waren duur, vroegen onderhoud en er was weinig kennis over.

Daarbij zagen veel horeca ondernemers niet de kansen, die een professionele espressomachine konden bieden.

Hogere kwaliteit en smaskbeleving van de koffie, veriaties van koffierecepten, waardoor er niet alleen meer koffie in het algemeen werd besteld, maar ook de winst en het aantal herhalingsaankopen stegen.

Inmiddels is de diversiteit aan smaken, presentatie en recepten een belangrijk onderdeel geworden in de horeca.